De Twist

Dat klinkt spannend, de twist.

Valt mee… Het is het draaien van de doekbanen van een draagdoek of een mei-tai om elkaar heen om afstand te overbruggen.

Sinds enige tijd is de twist dé trend in de babydraagwereld, vooral bij pasgeborenen. Nu is dat laatste een ruim begrip. Want de twist wordt best lang toegepast.

Veel van de pasgeboren baby’s zijn nog niet helemaal geland op aarde. Zij hebben nog een heel gesloten houding met hun handjes, beentjes en voetjes bij elkaar. Als je deze baby’s wilt dragen, is het niet mogelijk of lastig om hen met de voetjes buiten de draagdoek of de drager te dragen. Want het kruizen van de doek onder de beentjes door wil niet lukken of zorgt voor over spreiding. Wat je dan kan doen is de doekbanen om elkaar heen draaien, net zolang tot je onder de voetjes uitkomt, en dan pas ga je met de doekbanen naar achteren.

Het voordeel hiervan is dat je respect hebt voor de natuurlijke houding van jouw baby. Het nadeel is dat je de doek minder mooi kan aanspannen en niet altijd de juiste ondersteuning voor de benen kan krijgen.

De meeste baby’s landen na ongeveer een week of 3. Ze worden groter en sterker. De zwaartekracht laat ze voelen waar ze zijn met hun kleine lijf. Vaak zie je dan dat de handjes niet meer tegen elkaar aan worden gehouden en dat de beentjes wat opzakken. Baby’s blijven vaak welk hun beentjes optrekken, dit is namelijk goed voor hun heupontwikkeling, maar is dus niet onderdeel van de gesloten houding. Bij sommige baby’s kan het iets langer duren en sommige baby’s hebben nooit de heel gesloten houding.

Op het moment dat je ziet dat je baby niet meer zo gesloten van houding is kan je de twist achterwege laten. Je kan dan direct met de doek onder de billetjes kruizen en onder de beentjes door naar achteren gaan.

Heb jij een pasgeboren baby en kom je er niet uit met het knopen? Neem dan gerust contact op met mij of een van mijn collega’s. Wij helpen je heel graag verder en kijken wat er in jullie situatie het best van toepassing is. Want een draagconsult is voor ons meer dan alleen leren knopen, het is ook het geven van advies en zorgen dat jij genoeg vertrouwen hebt om zelf te knopen!!

 


Geef papa een draagconsult cadeau!

Vind jij dragen fijn? Ben je blij met je draagdoek en je draagzak? Wil je papa ook fijn laten dragen? Boek dan nu voor hem een draagconsult met € 10,00 korting.

Een pasconsult om te kijken wat bij hem past.

Een knoopconsult om hem ook de draagdoek te laten gebruiken.

Aanbieding is tot 19 juni geldig. Meld bij het maken van de afspraak dat het gaat om een vaderdag-consult!


De juiste drager voor een pasgeborene/jonge baby

Het woud der draagzakken wordt steeds groter en gevulder. Er komen steeds meer dragers bij. Ik kan me goed voorstellen dat het als (aanstaande) ouder dan nog lastiger wordt om de juiste drager te kiezen.

Al eerder heb ik geschreven op welke punten je kan letten bij kiezen:
– ondersteuning van knie tot knie;
– respect voor de bolling van de baby’s rug; en
– comfortabel voor ouder en baby.

Maar er zijn nog meer onderdelen om op te letten.

Een pasgeboren baby heeft bijvoorbeeld nog niet de kracht om zijn (of haar) eigen lichaam overeind te houden en te corrigeren bij het dragen.
Je dient er dus op te letten dat je baby in de drager makkelijk rechtop kan zitten.
Deze houding wordt vanuit de zijkanten ondersteund. Een draagzak die aan de zijkanten niet nauw om je baby heen sluit, kan dus niet deze steun bieden. Hierdoor heb je kan dat je baby naar de zijkant zakt.

2013-09-21 16.12.35De breedte van de drager. Je wilt dat je baby van knie tot knie ondersteunt is. Veel draagzakken zijn vanaf ongeveer maat 62/68. Dit houdt in dat de drager zowel te breed als te hoog zal zijn. Qua breedte kan je soms nog een veter gebruiken om de drager net even te versmallen als je baby wel de juiste lengte heeft maar nog iets te korte benen (niet alle verhoudingen zijn hetzelfde).
Als de drager te breed is is er ruimte voor je baby om te veel in elkaar te zakken en eventueel ook naar de zijkant weg te zakken.

Waarom wil je dat je baby goed gesteund recht op zit? Omdat bij in elkaar zakken de luchtpijp dicht gedrukt kan worden. Het kraakbeen is nog niet helemaal stevig als bij volwassenen en is flexibeler. Probeer het zelf maar eens uit: ga praten terwijl je recht voor je uit kijkt en daarna terwijl je je kin op de borst legt. Hoor je het verschil? Je adem wordt beperkt.

Dragers voor pasgeborene baby die de juiste steun bieden:
– draagdoek (geweven of rekbaar), door de wijze van knopen;
– marsupi plus;
– bondolino;
– emei baby carrier;
– storchenwiege carrier;
– hop-tye.

Bij twijfel over je drager, neem gerust contact op.

Al het bovenstaande is ook nog een reden waarom je beter jongere baby’s op de buik kan dragen tot het moment dat zij uit zichzelf gaan zitten. Op de buik kan je zelf helpen om in de juiste houding te zitten, op de rug dienen ze dit zelf te regelen.


Welke maat draagdoek of draagzak heb ik nodig?

Een veel gestelde vraag aan draagconsulenten gaat over de maat van een draagdoek of draagzak.

Hierover bestaat veel onduidelijkheid. Er is geen speciale richtlijn.

Bij een draagdoek kan je als je een beetje gemiddeld van postuur bent (dat is van ongeveer maat 36 tot 44) het best beginnen met een maat 6 (4m70). Met deze doek zal je bijna alle knopen kunnen doen.

Als in de praktijk blijkt dat deze doek te lang of te kort is, kan je altijd een andere maat kopen. Voor rugdragen met de “rucksack” knoop wordt 1 a 2 maten korter geadviseerd.

Voor draagzakken is het ingewikkelder. Hierbij wordt meer gekeken naar de lengte en leeftijd van je baby. Er zijn draagzakken die speciaal voor pasgeborene baby’s zijn en draagzakken voor als je al ver in de peutertijd bent.

Van maat 50-80/86:
– marsupi plus
– hop-tye
– bondolino
– storchenwiege carrier
– emei-baby

Vanaf maat 68 ongeveer (niet speciaal gesorteerd):
– boba carrier
– connecta baby carrier
– tula baby carrier *
– manduca *
– ergo carrier *
– rose & rebellion baby carrier
– patapum
– liliputi baby carrier
– physiocarrier JPMBB

* deze draagzakken kunnen met een insert ook voor pasgeborenen gebruikt worden, maar dit is niet optimaal

(natuurlijk bestaan er meer merken dan ik hier benoem)

Hoe kan je zelf zien of een draagzak voldoet?

Een ergonomische dragers herken je aan het zachte rugpand. Daarnaast respecteert deze drager de houding van je baby. De beentjes worden tot in de knieholtes ondersteunt, waarbij de knietjes hoger zitten dan de billen. Zowel voor degene die draagt als je baby is de drager comfortabel.

Wanneer is er een grotere maat nodig?

Ergens rond maat 86 breekt het moment aan dat jouw baby/dreumes over gaat naar een andere maat. Alleen wanneer is het nu precies nodig?

Als draagconsulent geven we aan: de beentjes moeten ondersteund zijn tot in de knieholtes. Een centimeter tot 4/5 uit de knieholtes, waarbij de knietjes hoger zitten dan de billen, is ook nog een goede ondersteuning.

Hierbij is er wel een verschil tussen een jonge baby die nog volop in de heupontwikkeling zit of een peuter die al lekker aan het rondstappen is. Bij de laatste is ondersteuning tot in de knieholtes minder belangrijk dan bij de eerste.

Je wilt ook dat de onderbeentjes vrij kunnen bewegen. Als je een te grote draagzak hebt, komt de rand van de doek voorbij de knieholtes en beperkt daardoor de beweging van de onderbenen. Ook zie je dan rimpels in het rugpand ontstaan, doordat de beentjes de zijkanten naar elkaar toe duwen.

Een laatste punt om op te letten is de hoogte van het rugpand. Een pasgeboren baby heeft zelf nog niet de kracht om zich overeind te houden. De draagzak zal hierbij de baby moeten ondersteunen. Genoeg steun aan de zijkant en tot in de nek.

Als je baby rond een maand of 4 is, zal de romp-/nekstabiliteit inmiddels goed ontwikkeld zijn en kan de draagzak iets minder ondersteuning hierin geven.

Slaapt jouw baby nog veel in de draagzak, let dan op dat het rugpand hoog genoeg is. De meeste draagzakken hebben ook een slaapkapje om de nek/het hoofd te ondersteunen.

Het is raadzaam om bij het uitzoeken van een draagzak te gaan passen. Zoals iedere schoen anders zit, zit ook iedere draagzak anders. Dit geldt zowel voor jou als voor je baby.

Voor advies kan je terecht op een inloopochtend van een webwinkel of een draagconsulent. Ook kan je een pas-/informatiefconsult boeken (bijvoorbeeld bij mij in Vleuten). Via mamacafés is er vaak ook mogelijkheid tot uitproberen van draagzakken.

Als je nog vragen hebt, aarzel dan niet om contact op te nemen.


De Juiste Houding

Veel vragen die we als consulent krijgen is: heeft mijn baby zo de goede houding?

Dit is in het echt het snelst en het makkelijkst te zien. Online vragen we vaak om een foto, zodat we de houding kunnen zien. Liefst een foto recht van voren en een van opzij.

Hoe weten we nu wat een goede houding is? Daar is door orthopeden onderzoek naar gedaan. Orthopeden behandelen zowel baby’s als grotere kinderen als volwassenen met heupafwijkingen.

Uit onderzoek is gebleken dat de heupontwikkeling al in de baarmoeder start. De foetus ligt met opgetrokken benen en gebogen knieën in de baarmoeder door de beperkte ruimte. Door het water in de baarmoeder kan de baby makkelijk bewegen. Als het iets onder de voeten voelt, zet het zich af, waardoor er via het been een klein beetje druk op op de heupkom komt. De eerste aanzet naar de vorming van een mooie ronden heupkom, waar de kop van het dijbeen precies in past en mooi in rond kan draaien.

Na de geboorte zal je baby instinctmatig nog steeds de benen optrekken, omdat dit de beste houding is voor de verdere ontwikkeling van de heupkom.

Orthopeden hebben berekend dat voor de goede vorming de benen ongeveer 110 graden opgetrokken moeten zijn. En een spreiding van 90 graden.

Hoe weet je wat 110 graden is?
Ga eens plat op je rug liggen met de benen gestrekt. Laat een been liggen en trek de andere op. Het moment dat je bovenbeen geheel verticaal is is 90 graden. Als je je been nog wat verder door beweegt, kom je op de de geadviseerde 100/110 graden. Je hoeft er geen gradenboog bij te leggen om de exacte hoe te meten.

En de spreiding van 90 graden dan?
Ga op een stoel zitten, met je benen/knieën recht naar voren wijzend. Ga dan je benen spreiden. Vermoedelijk als je benen over de hoeken aan de voorkant van de stoelen lopen, heb je de hoek van 90 graden bereikt. (Voor de wiskundigen onder ons: 90 graden wil zeggen 45 graden vanaf de middellijn).

Deze houding wordt ook wel de M-houding genoemd. Recht van voren gezien vormen de billen van de baby het middelpunt van de M en de knieën de beide bovenpunten.

M-houding

Er wordt ook wel eens gesproken over de kikkerhouding. Een kikker zit een soort van gehurkt met de knieën boven de billen en de benen gespreid. Door sommige fabrikanten wordt hiermee de houding bedoelt waarbij de baby de voeten bij elkaar houdt of gekruist heeft en dan met de voeten in de doek wordt gedragen.

Consulenten raden deze houding af. Als je baby druk onder de voeten voelt zal hij uit een reflex zichzelf willen afzetten, waardoor er een verkeerde druk op de heupkom kan komen.

Met welke draagsystemen kan je deze houding goed bereiken?
Met een draagdoek of een ergonomische draagzak. Deze bieden ondersteuning tot aan de knieholtes en zorgen er voor dat de knieën hoger zitten dan de benen.
Een draagdoek heeft hierin de voorkeur, waarbij een geweven draagdoek nog meer voorkeur heeft dan een rekbare draagdoek.
Bij een draagzak dien je er op te letten dat de billen van de baby iets over de heupband heen zakken, want anders komen de knieën niet hoog genoeg.

Heb je hierover nog vragen, aarzel dan niet om ze hieronder te stellen.

Je kan ook altijd contact opnemen met mij, of een van mijn collega-consulten in het land.

En vergeet niet!! Dragen is niet alleen goed voor de heupontwikkeling. Het is ook gewoon heel erg fijn voor jou en de baby om bij elkaar te zijn!!


Rugdragen en het zekeren van de doek

Op je buik knopen is makkelijk. Je ziet je baby, je kan je baby makkelijk vasthouden en tegen je aan. De doek kan je zelfs los laten…

Maar dan rugknopen…

Je ziet je baby niet, je kan je baby niet of slechts gedeeltelijk vasthouden en de doek, laten we daar maar niet over beginnen… Of toch wel?

Ja, want ook al is het lastiger op de rug, er zijn wel wat zekerheden in te bouwen.

Het zien van je baby: zorg dat je een spiegel bij de hand hebt of vraag je partner of iemand anders in huis om bij je te staan. Maak duidelijk dat deze persoon NIET aan je doek mag zitten. De enige taak is om op de baby te letten en eventueel een wat grotere baby af te leiden met liedjes zingen, kiekeboe spelen of een spelletje.

Het vasthouden van je baby: begin met een santatoss. Je pakt je baby dan in in een mooi pakketje wat je op de rug kan leggen. Voordeel hiervan is dat je je baby en de doek onder controle hebt en je baby komt al in de goede positie op de rug terecht. Is jouw baby al wat groter en kan hij of zij al (even) zitten, dan kan je de santatoss doen vanuit een zittende positie, want liggen willen deze grote baby’s niet altijd meer.

Als je baby dan op je rug is, kan je met 1 hand contact houden met benen, billen of rug. Afhankelijk van hoe lenig je bent.
Om de doek goed te gaan knopen, kan je een doekbaan tussen je knieën/bovenbenen klemmen. Let hierbij wel op dat je zelf al rechtop staat. Hooguit vanuit de heupen met rechte rug iets naar voren geneigd.
Op deze manier helpt de doek jou mee om je baby op de rug te houden.

Ben je klaar met de ene kant, dan wissel je om en doe je de andere kant. Op het eind knoop je af. Bij voorkeur natuurlijk met een dubbele platte knoop. Ik weet dat er ook andere wijzen van afknopen zijn, met onder andere ringen, maar daar ben ik zelf niet zo in thuis en kan daar ook niet over adviseren.

Wat je beter niet kunt doen:

Het klemmen van de doek tussen je tanden om deze op spanning te houden. Je hebt hierbij maar een kleine hoeveelheid stof vast. Waarbij er zowel op je tanden/kaken als de doek een grote spanning komt te staan. Jouw kaken en tanden zijn best sterk, ze moeten immers je eten kunnen fijnmalen. Dit zijn echter repeterende korte bewegingen. Mocht je hypermobiel zijn, dan kan je door de grote kracht van de doek op je kaakgewricht deze ontwrichten. En mocht er net waar jij de doek vastklemt een zwakke plek in de stof zitten, dan kan de stof scheuren.

Twijfel je of ben je bang om je baby te laten vallen? Dan is een draagconsult of workshop wat voor jou. Je leert de techniek dan met behulp van een speciale draagpop op gewicht. Daarmee kan je geduldig oefenen zodat je niet over de stappen hoeft na te denken als je met je baby gaat knopen.

Heb je vragen of wil je meer informatie? Schroom niet om contact met me op te nemen.

Fijn weekend!


Workshop buikdragen met een geweven draagdoek

Op 24 januari aanstaande organiseer ik bij mij thuis een workshop buikdragen met een geweven draagdoek.

Deze workshop is geschikt voor beginnende draagmama’s of draagpapa’s.

Ik leer je hoe je je baby in een fwcc op de buik kan dragen.

Er zijn 4-6 plekken beschikbaar, dit wegens de beperkte ruimte.

Voor meer informatie of aanmelden: dit kan via de e-mail (zie contact pagina).

De kosten: € 25,00 per persoon.

FWCC


Wat trek ik mijn baby aan?

Een vraag die zeker nu aan het begin van de winter veel gesteld wordt.

Als nieuwe mama is het al even wennen om te weten wat je je baby aan moet trekken. En dan wil je ook nog naar buiten.
Hoe weet je nu wat je je baby aan moet trekken?

Een vuistregel die je kan aanhouden: je baby draagt 1 laag meer dan jij. Dus trek jij over je kleren een jas aan, dan mag er naast je jas nog 1 laag extra over. Een draagdoek of draagzak is al een extra laag.

Uiteraard is het belangrijk om het hoofdje, de handjes en de voetjes goed te beschermen. Een muts op, slofjes aan en eventueel wantjes.

Maar dan de praktijk. Dat is toch wat anders.

Zoals nu, ongeveer 11 graden en harde wind. Zelf smelt je je warme winterjas uit, maar door de wind heb je hem wel nodig.

De meest eenvoudige manier om je baby warm te houden is het gebruik van een speciale draagjas. Je draagt je baby in de draagdoek of draagzak en daar overheen gaat de jas. Je baby heeft dan eigenlijk alleen nog een mutsje nodig.
Heb je geen draagjas en draag je nog op de buik, dan kan je kijken naar bijvoorbeeld de grotere jas van je partner (of er 1 kopen) of een speciale insert of een draagcover gebruiken.
Uiteraard is het ook mogelijk om over je eigen jas heen te dragen. Dan dien je je baby dus wel warmer te kleden.

Let wel op dat je je baby niet TE warm kleedt. Uit overbezorgdheid denken we vaak: ach, een extra laagje kan geen kwaad. Alleen kan je baby het dan erg warm krijgen en kan deze warmte niet kwijt. Je baby kan hierdoor een te hoge temperatuur krijgen en bijvoorbeeld warmte uitslag.

En dan nog wat algemene richtlijnen:

* Vriespunt of kouder: jasje, muts, sjaal, slofjes of onder je (draagjas)
* Rond vijf graden: jasje, sjaal en muts
* Rond tien graden: dun jasje of vestje, eventueel muts (bijvoorbeeld bij veel wind)
* Rond vijftien graden: gewone kleertjes, niets extra
* Rond twintig graden: luchtige kleertjes
* Rond vijfentwintig graden: alleen een romper

Boven de dertig graden is het beter niet te dragen, kan het niet anders, gebruik dan een luchtige (1-laags) knoop. Stop regelmatig en haal je baby uit de draagdoek of draagzak.

Mocht je nog twijfelen? Bel gerust je draagconsulent of stel je vraag op twitter met #draagdoek #draagconsulent erbij. Ook kan je je vraag stellen op de facebookpagina van de Vereniging van Draagdoekconsulenten.


Welke drager?

Momenteel zie ik heel veel berichten voorbij komen over draagzakken. En dan met name de vraag, welke maat draagzak heb ik nodig?

Een draagzak is een zachte voorgevormde drager. Deze drager zorgt er voor dat jij je kindje op ergonomische wijze kan dragen. De knietjes zitten hoger dan de billen, de benen zijn licht gespreid, de gebogen rug wordt zacht ondersteund.
Ook is de drager voor jou ook fijn: een stevige heupband, zachte gevulde schouderbanden en aan te passen aan je eigen lichaam.

Er is een soort tweedeling in draagzakken:

Draagzakken, geschikt om vanaf dag 1 te gebruiken:
– Marsupi Plus;
– Bondolino;
– Hoptye Carrier;
– Storchenwiege Carrier;
– Emei baby.

De belangrijkste overeenkomst tussen deze dragers is dat zij zorgen dat het lijf van je kleine kindje goed ondersteund wordt. Een prille baby heeft nog weinig spierkracht en kan zichzelf nog niet overeind houden, je wilt dus dat een drager jullie hierbij helpt. Sommige van de genoemde dragers zijn gewoon in zijn geheel kleiner en de andere dragers kan je door middel van koordjes verkleinen, waardoor je deze passend kan maken aan de grootte van jouw kindje.

Daarnaast heb je de andere draagzakken, een paar voorbeelden;
– Manduca;
– Ergo Baby;
– Tula Baby Carrier;
– Boba Carrier;
– Rose & Rebellion Carrier.

Deze dragers zijn met name gericht op kinderen vanaf een maand of 4. Deze zijn groter en sterker en hebben wat minder support nodig. Door middel van inserts kunnen ze ook gebruikt worden voor jonge(re) kindjes. Alleen vind ik dit persoonlijk minder optimaal. Je moet een concessie doen bij het gebruik van een insert, en dat betekent vaak dat het of warmer wordt voor je kindje (extra laag om het lijf heen) of dat de beentjes minder optimaal zitten.

Wat voor alle dragers geldt:

Je wilt dat je kindje goed ondersteund is, dat de bolle houding van de rug gerespecteerd wordt en dat de onderbeentjes vanaf de knie vrij kunnen bewegen.

Hiermee kom ik aan bij de volgende vraag: welke maat heb ik nodig?

Vaak wordt door andere moeders geadviseerd om toch maar vast op de groei te kopen, want je kindje groeit zo hard.

Ja, je kindje groeit hard, maar dat is met name het eerste jaar. Na de eerste verjaardag gaat het steeds langzamer. Je kindje groeit uiteraard door, maar niet meer 5/6 maten in een jaar tijd.

Probeer als je twijfelt over de maat eerst raad in te winnen bij een webshop, een draagconsulent of via

https://www.facebook.com/groups/draagadvies/?fref=ts

Het kan dan handig zijn om de lengte van je kindje te vermelden, alsmede welke maat broek en shirt nu goed zitten (dus niet 92 zeggen als je die gebruikt met omgeslagen pijpen, maar 86).

Een te grote drager zorgt namelijk dat de houding niet correct is, de onderbeentjes kunnen niet vrij bewegen, je kindje zit te diep in de drager waardoor deze niet kan rondkijken, armpjes moeten perse in de drager omdat ze door de hoogte van het rugpand er niet uit kunnen.

Veel kwaad kan het niet, maar het is gewoon fijner als een drager goed zit.

Daarnaast is het zo dat de drager de benen goed moet ondersteunen. Een goede ondersteuning wil niet zeggen dat de drager tot in de knieholtes moet komen. Een paar centimeter voor de knieholte is niet erg. Je kijkt dan hoe de benen zitten. Zitten de knietjes nog hoger dan de billen en hangen de beentjes niet te veel? Dan is deze drager nog prima te gebruiken.

Het is niet makkelijk om voor jou de meest optimale draagzak te vinden. Iedere draagzak heeft weer andere eigenschappen. Bijvoorbeeld een zachtere heupband, knoopbanden als schouderbanden, minder vulling, wat stuggere stof.

Het kan fijn zijn om eerst wat dragers uit te proberen. Dat kan via een informatie- of pasconsult bij een draagconsulent, bij een inloopochtend van een webshop, via een meeting in je beurt of door een drager te huren.

Heb je naar aanleiding van bovenstaande nog vragen? Laat het me weten!

Veel draagplezier.


Scholingsdag 1 juni 2014

Vandaag naar de scholingsdag van de Vereniging van draagdoekconsulenten geweest.

Het onderwerp: dragen in bijzondere situaties, met als kernpunten:
– bekkenklachten;
– keizersnedes;
– heupdysplasie.

Wat hierbij belangrijk is: als consulent moet je goed luisteren en kijken naar de moeder (of vader, maar die hebben meestal deze klachten niet). Uitproberen wat er mogelijk is. Wat is fijner: hoger of lager dragen,op de rug of op de buikdragen. Kan de moeder ook een lang consult aan? Of kan je het beter in tweeën knippen. Eerst informeren en dan pas uitproberen.

Daarnaast hebben we nog zelf geoefend:
– hoe is het om zittend te knopen;
– knopen met hulpmiddelen zoals een heupspreider of een ponsettibrace (gedragen door baby’s met een klompvoet).

Kortom een interessante dag. Toch weer veel informatie vergaard en gemerkt dat je ervaringen niet een op een over kan brengen op een ander.

En wat een mooie bijkomstigheid is: je kan weer eens lekker bij praten met je mede consulenten!


Next page »